Melkboer Joop Zwaagstra 'sutelt' voor de laatste keer in Dokkum

DOKKUM

Wat was hij graag door blijven gaan, melkboer Joop Zwaagstra uit Dokkum. Voor zijn klanten, die soms erg afhankelijk zijn van zijn diensten, maar ook voor zichzelf. Joop vindt zijn werk nog altijd prachtig en ook lichamelijk kan hij het nog prima doen. Toch ‘sutelt’ de melkboer komende vrijdag voor het laatst in Dokkum en omstreken. ‘Ik ben zeventig, het moet een keer ophouden.’

Joop Zwaagstra en zijn vrouw Tine kijken uit naar hun nieuwe bestaan in een appartement in de Waakster. Halverwege oktober gaat het stel verhuizen naar hun nieuwe stek. Toen Joop besloot op te houden met de rijdende winkel, vond hij dat ze dan ook moesten verhuizen. ‘Dat zag ik niet aankomen’, vertelt zijn vrouw Tine. ‘Het eerste wat ik zei was: mijn keuken! Die hebben we nog maar een jaar of zes. Maar Joop wilde niet stoppen met de zaak om vervolgens hier thuis tegen een leeg hok aan te kijken.’ Joop is in totaal 47 jaar ‘SRV-man’ geweest. In het begin was hij één van de elf melkboeren in Dokkum. Sommige van zijn klanten bedient hij al sinds het begin van boodschappen. ‘De melkboer heeft een hele sociale functie. Ik kom veel bij ouderen thuis die verder weinig mensen meer zien. Het is me regelmatig overkomen dat ik bij mensen thuis kwam die waren gevallen en in onmacht op de grond lagen. Dan bel je hun buren, de kinderen, of soms zelfs 112. Soms merk ik dat mensen dementerend worden, terwijl hun omgeving dat nog niet eens doorheeft. Dat merk ik bijvoorbeeld doordat ze drie flessen melk kopen, terwijl ze even daarvoor ook al drie flessen melk hebben gekocht die ze onmogelijk op hebben kunnen maken in die korte tijd. Of omdat mensen me betalen met 50 euro en dan zeggen ‘laat de rest maar zitten’, terwijl ze alleen maar een brood en wat zuivel kopen. In zo’n geval bel ik dan even met de kinderen, om af te stemmen wat te doen.’ Voor veel van Joops klanten is hij zo vertrouwd dat ze hem hun huissleutel of de code van de deur toevertrouwden. Ook wordt er lief en leed met hem gedeeld. ‘Als mensen alleen zijn, zien ze soms maar weinig mensen meer. Kinderen hebben het altijd maar druk met werken en komen weinig meer langs. Voor deze mensen is de melkboer een belangrijk sociaal contact.’ Natuurlijk doet het Joop wat dat hij deze mensen niet meer van hun boodschappen kan bedienen. Tegelijkertijd is hij er nuchter onder. ‘Ik ben zeventig. Het houdt een keer op. Het is dan ook niet dat de mensen mij het kwalijk nemen dat ik er mee op houd, het is meer dat ze het heel erg jammer vinden en dat ze zich zorgen maken over hoe het nu moet met hun boodschappen. Daarom hebben we ook al in april dit jaar aangekondigd dat ik er mee op ga houden, zodat er alternatieven gezocht konden worden. Zo zijn er mensen die nu gebruik gaan maken van de bezorgservice van de supermarkt, en bij anderen gaan de kinderen nu eens per week wat boodschappen doen’, vertelt Joop. Door de jaren heen is Tine altijd Joops steun en toeverlaat geweest. Weken waarin hij zeventig of tachtig uur per week werkte zijn hem niet vreemd geweest. En dan was er ook nog het bestuurlijk werk of het werk voor de kerk, waar hij zich ’s avonds mee bezig hield. ‘Dan legde ik voor het eten alvast zijn nette kleren klaar voor de vergadering ’s avonds, zodat hij zich zo om kon kleden’, vertelt Tine. ‘En dan gebeurde het ook dikwijls dat als ik thuiskwam van de vergadering ik mijn werkkleren weer aantrok en ik nog een uurtje bezig ging in de wagen’, vertelt Joop. Door het vele werken van Joop moest Tine menig keer alleen naar een verjaardag of naar een begrafenis. ‘Dat was niet altijd leuk, maar het was nou eenmaal zo. Werk ging voor. Mensen verwachtten hem’, aldus Tine. Naast de steun van Tine kreeg Joop ook alle steun van zijn drie kinderen; twee zonen en een dochter. Zij sprongen bij waar nodig. ‘Jappie was nog maar een baasje van twee of drie jaar oud toen hij al de Blue Band bijvulde. Daar was hij dan tijden zoet mee’, aldus Tine. Ook werd door één van de zonen een vrachtwagenrijbewijs gehaald zodat de zaak zo nu en dan even overgenomen kon worden. De beide zonen van Joop en Tine hadden graag de zaak overgenomen, maar dat heeft Joop ze altijd ontraden. ‘Ik wist dat ik mijn tijd nog wel uit zou zitten, maar voor de jeugd is er geen toekomst meer in een rijdende winkel.’ Vandaag rijdt Joop voor de allerlaatste keer met zijn wagen door de straten van Dokkum. De wagen gaat daarna naar de dealer in Sint-Oedenrode. Het is het einde van een tijdperk. Wat rest zijn de herinneringen. TEKST EN FOTO: JOHANNA KOMMERIE

Auteur

jkommerie