Strandingen Malmö en Tartar lieten sporen na op Ameland

NES (A)

(A) In november 1928 strandden de vrachtschepen Malmö en Tartar voor de kust van Ameland. Thijs Gras ontdekte dat de verhalen over deze strandingen niet helemaal klopten. Hij ging op onderzoek uit en zijn bevindingen staan in het dinsdag gepresenteerde boek ´Gestrand, gered, geborgen´. KOOS MOLENAAR

De auteur bood het eerste exemplaar aan aan burgemeester Albert de Hoop. De burgemeester is namelijk ook de strandvonder en de voorganger van De Hoop, Bolomey, was als zodanig bij de berging betrokken. Dat de overhandiging in hotel De Jong plaats had had ook een reden. In dit etablissement, toen nog De Boer geheten, werden de schipbreukelingen opgevangen.

Gras woont zijn hele leven al in Amsterdam, maar heeft een zwak voor Ameland. ,,Dat kwam doordat onze bovenburen een huisje op Ameland hadden. In de jaren zestig gingen wij daar vaak naar toen en die liefde voor Ameland ben ik niet meer kwijt geraakt.”

Tijdens een van zijn vakanties op het eiland dook de vroegere student geschiedenis in de gezondheidszorg op Ameland. Daarbij kreeg hij hulp van onder meer streekarchivaris Tjeerd Jongsma, Ameland-kenners Pieter-Jan en Tineke Borsch en Jacob Roep van de website Amelander Historie. Daarnaast kreeg hij ook belangrijke informatie uit zijn eigen woonplaats. Daar woonde Johanna Thorbecke, de weduwe van Bert Thorbecke, die in 1928 huisarts op Ameland was. Zij vertelde vaak over de belevenissen op Ameland. Op verzoek van de familie schreef zij eind jaren zeventig haar memoires op. Een van die verhalen was over de strandingen van de Malmö en de Tartar.

En zo raakte Gras van het ene onderzoek verzeild in het andere. Hij ontdekte dat mevrouw Thorbecke zich nog veel wist te herinneren, maar ook dat niet alle feiten klopten. Hij ging op onderzoek uit en ontdekte dat ook andere geschiedschrijvers de plank mis hebben geslagen.

In de nacht van 16 op 17 november 1928 komt boven Terschelling het Zweedse schip Malmö in de problemen. Een sleper van de firma Doeksen van Terschelling neemt het schip op sleeptouw, maar de sleep mislukt. De Malmö strandt, met twintig opvarenden, bij Nes. De roeireddingboot van Nes en de motorreddingboot Insulinde van Oostmahorn worden opgeroepen, maar kunnen door de ruwe zee niets uitrichten. De bemanning van de Malmö raakt in paniek. Zij laten een sloep te water. Die slaat om en drie mannen verdrinken, elf bereiken land. Zes blijven op het schip. Zij worden de volgende ochtend door de Insulinde gered.

Een week later ligt het schip nog voor de kust en wordt een poging gedaan om het te bergen. Bergers van Terschelling en Ameland gaan samen met bemanningsleden terug naar de Malmö, maar dan steekt een nieuwe storm de kop op. Achtereenvolgens komen vanaf Terschelling en Ameland reddingboten in actie waarbij het uiteindelijk een ploeg van Ameland lukt om de bergers in veiligheid te brengen.

Nieuwe informatie en foto’s over deze acties verkreeg Gras van Kees Dekker, de archivaris van Doeksen. Daarnaast was het inernet een welkomen bro. ,,Via internet ontdekte ik wie er aan boord waren, wat hun rangen waren en hoeveel kronen ze verdienden.” Gras kwam in contact met de Genealogische Vereniging en zo ontstond het idee om nabestaanden te traceren. Van acht opvarenden werden nazaten gevonden. Een van hen was Arild Holtze, zoon van Bertil Holtze. Samen met zijn vrouw Eva heeft Arild in Zweden veel research gedaan. Zo werd ontdekt dat de stranding van de Malmo in Zweden aanleiding was voor het verbeteren van de veiligheid aan boord. Het bleek namelijk dat de Malmö gigantisch overbeladen was ten tijde van de schipbreuk.

In een derde novemberstorm loopt bij Ballum de Tartar aan de grond. Het is een Noors schip, net als de Malmö geladen met hout. Het is een spookschip; de bemanning is al van boord. Als de reddingboot erheen gaat en de redders geen reactie horen op hun geroep, gaan ze er vanuit dat het schip leeg is. Als ze later terugkeren en voet aan boord zetten blijkt het schip inderdaad verlaten te zijn.

De beide strandingen hebben op Ameland hun sporen nagelaten. Niet alleen kon iedereen de wrakken vele jaren voor de kust zien liggen, zijn er vakantiehuisjes naar genoemd en zit in veel Amelander daken en schuren hout van beide schepen verwerkt. De stranding van de Malmö heeft ook gevolgen gehad voor de inrichting van het reddingwezenop Ameland en de verhouding tussen de reddingstations van Hollum en Nes. Burgemeester De Hoop kon onthullen dat die verstandhouding pas enkele weken geleden is genormaliseerd. Op een bijeenkomst van beide stations werd besloten om de post van Nes te sluiten en een nieuw gebouw te plaatsen in de Ballumerbocht, waar de reddingboot Anna Margaretha is gestationeerd.

Strandingen komen vandaag de dag niet meer voor, maar het gebeurt nog regelmatig dat schepen hun lading verliezen. Per jaar slaan 150 containers op de Noordzee overboord, wereldwijd 10.000. En dat worden er meer, schat De Hoop in. Op de TE-route (Texel-Elbe) varen op jaarbasis 50.000 schepen, dat aantal wordt verdubbeld. ,,Dit is een enorme milieubelasting. Tijd is geld, de lading wordt niet goed vastgezet en slaat overboord. Daarom is het goed dat dit soort geschiedenissen wordt beschreven.”

ISBN/EAN: 978-90-70674-40-3


Auteur

Redacteur