‘Zoete vreugde’ bij kerstconcert Vocaal Ensemble Bonifatius

Dokkum

‘In Dulci Jubilo’(in zoete vreugde) was de titel van het kerstconcert, dat het Vocaal Ensemble Bonifatius zaterdagavond in de Grote Kerk in Dokkum gaf.

De titel is ontleend aan het in 1328 door Heinrich Seuse geschreven kerstlied, waarvan de ontstaansgeschiedenis tijdens dit concert uitgebreid aan de orde kwam, en kan heel goed dienen als waardeoordeel ten aanzien van het complete concert. Dat begon met ‘Born a King’ van William Lloyd Webber, een aaneenschakeling van bekende en minder bekende Engelse kerstliederen. Ze werden onder leiding van Hans Algra en met orgelbegeleiding van Carl Visser ten gehore gebracht door het koor, in afwisseling met solozang van sopraan Agnes van Laar en bariton Ben Brunt. Genoemde solisten pasten qua stemgeluid, timbre en volume perfect bij elkaar, hetgeen opviel  bij dat wat ze afzonderlijk te berde brachten, als ook bij een kort duet. De prachtige naturelle klank van de sopraan maakte  bijvoorbeeld in een a capella lied elke begeleiding overbodig en het warme, hier en daar licht vibrerende geluid van de bariton zorgde voor weldadig aandoende melodieën en quasi recitatieven. Het koor zong ,in welke stemmencombinatie dan ook, voortreffelijk, maar het allermooist in de vierstemmigheid: zuiver, harmonieus, exact qua tempo en ritme. Op de goede orgelbegeleiding reageerden de koorleden alert, met uitzondering van een kleine hapering aan het begin van een koraal zonder voorafgaand voorspel. In ‘Brother Heinrich’s Christmas’ van John Rutter had het koor geen grote rol. Het is een stuk voor een verteller, enkele instrumenten en koor, waarbij af en toe de muziek de vrij lange fabel over het ontstaan van het lied ‘In Dulci Jubilo’ illustreert. De fabel werd in het Fries vertaald door Douwe Kootstra, die zaterdagavond dan ook fungeerde als verteller. Bijzonder komisch klonk telkens het balken van de ezel, die zogenaamd meehielp het lied te componeren, op de fagot(Dirk Meijer), ondersteund door de hobo(Muriël Seinen) en de piano(Carl Visser). Na de afsluitende fleurige koorzang volgden er weer kerstliederenpotpourri’s, te weten ‘Christmas day’ van Gustav Holst en ‘The first nowell’ van Ralph Vaughan Williams. De uitvoeringswijze was vergelijkbaar met die van de eerste liederencyclus, waarbij afwisseling binnen het koor(combinaties van partijen) en buiten het koor(solisten) voor de nodige variatie zorgde. Het prachtige klankidioom van de toondichters kwam bijzonder goed tot zijn recht en ieder afzonderlijk lied kreeg van koor en solisten, door Carl Visser op piano begeleid, gestalte naar karakter, inhoud en sfeer. Een ‘zoete vreugde’. TEKST RENNIE VEENSTRA, FOTO'S JAN VAN EMPEL

Auteur

jkommerie