Hoofdrol DongeraDichter bij Gedichtendag Dokkum

DOKKUM

Hoewel het thema van de landelijke Gedichtendag ‘theater’ was, vond de jaarlijkse ‘Receptie voor het Gedicht’ in de gemeente Dongeradeel donderdag niet in een theater plaats, maar geheel volgens de traditie in de poëtische Vroedschapskamer van het stadhuis in Dokkum.

Daar heette FNP-wethouder Pytsje de Graaf iedereen van harte welkom, met een origineel verhaal over het proces van het maken van gedichten.

Kwam het proces Tsead Bruinja bekend voor? Hoe dan ook, hij was degene, die als eerste het thema ‘theater’ poëtisch mocht belichten. De DongeraDichter, inmiddels een jaar in functie, deed dat met een oorspronkelijk Fries gedicht en met een Nederlandse vertaling daarvan.

Met als thema ‘theater’ gaf hij onlangs een serie lessen aan leerlingen van Scholengemeenschap Piter Jelles in Dokkum en drie van hen waren aanwezig om hun theatergedichten voor het publiek te presenteren. Danique de Boer, Miranda Veenstra en Yente Schaap etaleerden bijzondere staaltjes van dichtkunst, terwijl hun mentor tevreden toehoorde.

Met belangstelling luisterde hij ook naar de gedichten van Inne Bilker uit Dokkum en Jaap Veenstra uit Rottevalle. Beide dichters maakten gebruik van de gelegenheid, die het item ‘Open Podium’ hen bood om hun gedachtegoed met het publiek te delen. Inne Bilker kwam met een persoonlijke droom van zichzelf als bijna zeventigjarige en Jaap Veenstra las gedichten voor uit zijn dichtbundels ‘De nacht midstwa’ en ‘Gatten yn it tek’. Ter verduidelijking ervan zette hij ze al verhalend in hun context, hetgeen iedereen ongetwijfeld op prijs heeft gesteld.

Poëzie op muziek was er ook. Het damestrio ‘Gjin Famylje’ zong, met begeleiding van gitaren en drums, nummers als ‘Zij dronk ranja met een rietje’, ‘De troubadour’, ‘Ramona’ en diverse andere nummers in dat genre. Zij traden officieel op tijdens het programma, maar vermaakten het publiek ook bij binnenkomst, tijdens de pauze en na de gedichten, waarmee Tsead Bruinja de ‘Receptie voor het Gedicht’ besloot.

Wie nog even wilde napraten, deed dat onder het genot van een hapje en een drankje en wie naar huis ging, kon misschien nog net om ‘Seis oere thús’(openingslied LF2018) zijn.

RENNIE VEENSTRA


Auteur

Redacteur