Jacob uit Damwâld directeur van Ethiopische vleesfabriek

Damwâld

 Eigenlijk had Jacob Nutma (30 jaar) uit Damwâld al het zicht op een vaste baan in Drachten, bij een bedrijf waar hij zou gaan afstuderen. Maar het avontuur lonkte, en het afstuderen deed hij uiteindelijk in Ethiopië. Tegen het bedrijf in Drachten zei hij dat hij wel terug zou komen als het hem in Ethiopië niet zou bevallen. Dat is drieënhalf jaar geleden. Jacob zit nog steeds in Ethiopië. Inmiddels is hij general manager van een vleesverwerkingsfabriek én getrouwd met een Ethiopische vrouw. Aan terugkomen denkt hij nog niet. “Ik denk dat we hier de komende vijf tot tien jaar nog wel blijven,” aldus Jacob.

“Dat general manager klinkt natuurlijk heel wat’, vertelt Jacob. ‘Je zou het ook directeur kunnen noemen. Maar een directeur in Ethiopië is wel heel wat anders dan een directeur in Nederland. Het ene moment zit ik om tafel met de minister van Buitenlandse Zaken, het andere moment repareer ik zelf een machine die vastloopt. Dat zou een directeur in Nederland niet zo snel doen.’ Jacob kwam drieënhalf jaar geleden terecht in Debre Zeit, waar hij afstudeerde bij een staalconstructiebedrijf. In deze regio wonen en werken veel Nederlanders. “Zo’n tien jaar geleden zijn Nederlandse investeerders in deze regio begonnen. Dat is met een idealistische doel gestart. Ethiopië is een arm land. Maar aan alleen liefdadigheid heeft men niets. Door werkgelegenheid te creëren zorg je dat er iets gebeurt in zo’n regio. Je kunt iemand wel een vis geven, maar als die vis op is heeft men niets meer. Je kunt beter een hengel geven en die persoon leren ermee te vissen, daar heeft hij de rest van zijn leven iets aan. Met dat idee zijn investeerders hier gestart. En tot nu toe werkt dat goed. We geven de mensen die in onze fabrieken werken een redelijk loon naar Ethiopische maatstaven.” Na zijn afstuderen werd Jacob gevraagd te werken in een fabriek van Holland Dairy. In deze fabriek wordt dagelijks 10.000 liter melk verwerkt tot onder andere yoghurt, ijs en kaas. Hier kreeg Jacob al snel de leiding. Het afgelopen jaar werd er tevens gewerkt aan een nieuwe fabriek, waar vlees verwerkt wordt. Inmiddels bestaat de fabriek ruim een halfjaar. Hier wordt vlees verwerkt tot hamburgers, worstjes en kebab. Jacob staat er aan het hoofd en heeft de dagelijkse leiding over het bedrijf. De producten van Holland Meat Processing worden verkocht in supermarkten in het hele land. “We moeten nog wel werken aan de bekendheid van onze producten”, geeft Jacob toe. “Ethiopiërs vertrouwen het nog niet helemaal. Normaliter kopen zij hun vlees langs de kant van de weg, waar het vlees gewoon in de buitenlucht hangt. Dan zien ze wat ze kopen. Wij verpakken onze burgers in plastic, en doen die vervolgens per vier in een kartonnen doosje. Dat zijn de mensen hier nog niet gewend. In hun beleving kan er van alles in zo’n doosje zitten en is het bij thuiskomst maar de vraag wat er in zit.” Een uitzending op nationale televisie - “zeg maar vergelijkbaar met het NOS journaal” - moest daar onlangs verandering in brengen. In een tien minuten durend item werd uitgebreid getoond hoe het er in de moderne fabriek aantoe gaat en hoe de producten tot stand komen. “De kijkers hebben zo kunnen zien dat de producten van dezelfde eigenaar afkomstig zijn als de yoghurtproducten die ze al kopen. Dat heeft zeker voor meer vertrouwen gezorgd”, aldus Jacob. Naast zorgen voor werkgelegenheid is er vanuit Nederland de Stichting Vrienden van Ethiopië die zorgen voor extra hulp aan Ethiopië. “Droogte is bijvoorbeeld een groot probleem in Ethiopië. Dankzij steun uit Nederland hebben we vorig jaar in een regio die het ergst door droogheid getroffen was noodhulp kunnen verrichten. Daar hebben we echt levens mee gered. En dankzij de steun van de stichting hebben we vlakbij de fabriek een waterpunt kunnen neerzetten, waar mensen uit de buurt van de fabriek gebruik van kunnen maken’, aldus Jacob. Afgelopen jaar trouwde Jacob met Emma, een Ethiopische vrouw. Vanuit Nederland was een groepje van zo’n twintig vrienden speciaal naar Ethiopië afgereisd om de bijzondere bruiloft bij te wonen. “Voordat we bij het feest naar binnen gingen, moest ik een schaap slachten waar iedereen later overheen moest lopen”, lacht Jacob. “Moast ris sjen jong, hjir leit in dea skiep!” Hoorde ik mijn vrienden later zeggen. Het was een erg bijzonder feest!” Jacob en Emma komen zo’n twee keer per jaar naar Nederland om familie en vrienden op te zoeken. “Meestal rond de kerst en ook nog een keer in de zomer. En dan het liefst rond de Paardendagen in Driezum/Wâlterswâld.” Want ondanks dat Jacob het enorm naar zijn zin heeft in Ethiopië, mist hij de Paardendagen en de weken van voorbereiding met vrienden misschien wel het meest.
Tekst: Johanna Kommerie

Auteur

jkommerie