Een kijkje in de Nepalese geboortezorg

Dokkum

In het programma Tijd voor Max op NPO1, komt op 9 mei om 19.00 uur de Dokkumse verloskundige Janke de Vries vertellen over haar ervaringen in Nepal. In april van dit jaar reisde Janke met Unicef naar Nepal, om daar met eigen ogen te zien hoe het gesteld is met de geboortezorg in het land. In Nepal is het sterftecijfer van baby’s erg hoog. Dit komt onder andere door gebrekkige kennis van de verloskunde en aan een gebrek aan middelen om bevallingen veilig te kunnen laten verlopen.

Janke reisde met het team van Unicef naar het plaatsje Surkhet, in het westen van Nepal. Op nog twee uren rijden van deze plaats bezocht ze een klein geboortekliniekje. “In dit deel van Nepal was de geboortezorg het slechtst geregeld. In dit kliniekje werkte al twintig jaar dezelfde vroedvrouw. Zij had het vak geleerd puur door ervaring op te doen. Een opleiding had ze nooit gehad”, vertelt Janke. Het sterftecijfer is in deze regio hoger dan het gemiddelde in Nepal. “Dat kwam bijvoorbeeld door het gebrek aan materialen. Het was er vreselijk armoedig. Wat me wel opviel was dat de vrouw erg zuinig was op de middelen zij gebruikte. Ze had veel passie voor het vak, maar kon helaas niet altijd op de juiste manier handelen. Keizersnedes waren hier bijvoorbeeld niet mogelijk.”

Ook in Surkhet, waar een wat groter ziekenhuis stond, was de geboortezorg nog niet goed voor elkaar, ook al zijn er de laatste tijd dankzij Unicef veel verbeteringen doorgevoerd. “Er was een ziekenzaal met twaalf bedden voor vrouwen die weeën hadden. Pas bij volledige ontsluiting werd een vrouw dan naar een verloskamer gebracht. Als de baby vervolgens geboren was verhuisden moeder en kind naar een zaal waar vrouwen die pas bevallen waren lagen”, vertelt Janke. “In dit ziekenhuis was wel geschoold personeel aanwezig, maar ook personeel zonder opleiding. Sommige middelen waren gebrekkig, zoals een oud echo-apparaat. Een CTG heb ik echter helemaal niet gezien. Wel was er een reanimatietafel en een warmtetafel aanwezig, zodat baby’s die moeite met ademhalen hebben geholpen kunnen worden. Dat was in de kleine geboortekliniek niet het geval.”

Janke zag in dit ziekenhuis een paar baby’s die veel te vroeg geboren waren. In dit ziekenhuis waren niet de middelen en kennis aanwezig om deze baby’s goed te kunnen behandelen, maar omdat ouders de reis naar de hoofdstad Kathmandu niet kunnen betalen verbleven de baby’s toch in dit ziekenhuis. “Dat deed veel met me. In Nederland zouden deze baby’s goede kansen gehad hebben. Er was een baby’tje dat met 28 weken op de wereld was gekomen. Dit baby’tje kreeg sondevoeding, maar was veel te weinig aangekomen. De kans was groot dat deze baby het niet ging redden. En dat terwijl er in de hoofdstad wel mogelijkheden zouden zijn geweest voor deze baby.”

In de hoofdstad Kathmandu is het beter voor elkaar. “Daar is het zo geregeld dat wanneer een te vroeg geboren baby uit de couveuse komt deze direct bij de moeder komt te liggen. Eerst voor 18 uur per dag. Er wordt naar gestreefd om deze baby’s alleen maar borstvoeding te geven. Daarin zijn ze behoorlijk vooruitstrevend.”

Janke ontmoette tijdens haar reis ook een moeder van een kindje die bij de geboorte was overleden. “Dat was hartverscheurend. Het maakt niet uit waar je op de wereld bent, een moeder die een kind verliest heeft overal ter wereld hetzelfde soort verdriet. Als je kindje overlijdt dan neem je dat je hele leven met je mee.”

Na de reis ging Janke snel weer aan het werk in Dokkum. Tijdens haar werk maakte ze een aantal bevallingen mee waarbij complicaties plaatsvonden. “Toen heb ik wel even gedacht: als dit in Nepal was geweest was het waarschijnlijk niet goed afgelopen. We mogen echt blij zijn met hoe de gezondheidszorg in Nederland is geregeld. Dat is een groot voorrecht.”

Unicef wil er voor zorgen dat er overal in Nepal goede opvangmogelijkheden zijn voor baby’s, zodat de onnodige babysterfte wordt teruggedrongen. Tijdens de uitzending van Tijd voor Max, waarin donateurs worden geworven voor de projecten van Unicef in Nepal, schuift Janke ook aan tafel voor een gesprek over haar ervaringen.