Oerol zoekt naar publiek dat festival nog niet kent

Ruim 50.000 bezoekers, 110.459 verkochte kaartjes, 400.000 ‘bezoeken’. Dat zijn de belangrijkste cijfers van Oerol, zondag afgesloten.

Algemeen directeur Siart Smit, over dat laatste getal: ,,Mensen gaan ook naar de festivalterreinen en de expedities. Dat kunnen we hard meten. Bij het straattheater doen we een voorzichtige schatting.”

Het aantal verkochte kaartjes ligt lager dan de pakweg 130.000 van vorige jaren. Dat ligt aan de lagere capaciteit van de betaalde voorstellingen, ,,we kijken steeds welke capaciteit bij elke voorstelling past.” De ‘dekkingsgraad’ ligt op 90 procent, in lijn met vorige jaren. Naar schatting waren er zo’n 3500 mensen die Oerol voor het eerst bezochten, wat op 50.000 bezoekers dus een heel hoog ‘terugkeerpercentage’ betekent.

Nieuwe mensen

Het aanboren van nieuwe publieksgroepen is, desondanks, een nadrukkelijke, zelfopgelegde opdracht voor Oerol. ,,We willen een festival zijn waar alle generaties door elkaar heen lopen. Om dat te bereiken moeten er elk jaar wel nieuwe mensen bij komen.“

Hoe? ,,We proberen zo veel mogelijk drempels weg te nemen. Want als je voor het eerst komt kan het natuurlijk best ingewikkeld zijn, zo’n Oerol-festival. Vandaar die all-in-arrangementen, dan hoef je je niet druk te maken over hoe het komt.”

Het centrale festivalterrein op Westerkeyn, al jaren op de wip, blijft voorlopig gewoon in gebruik, verwacht Smit. ,,Onze energie zit erop om daar te blijven. Misschien een veldje naar links, misschien een veldje naar rechts. Het is een goede plek, midden op het eiland. Het klopt om daar te zitten.”