Advies Waddenacademie: richt onderzoek naar effecten verloren lading MSC Zoe eerst op microplastics

Monitoring en onderzoek naar de langetermijneffecten van de verloren lading van de MSC Zoe moeten zich in eerste instantie richten op microplastics en hun impact op het ecosysteem van de Waddenzee. Dit adviseert de Waddenacademie aan Rijkswaterstaat.

Volgens het advies gaat het dan om microplastics van 100 nanometer tot 5 millimeter groot. Deze microplastics bestaan vooral uit plastic korrels van ongeveer 0,5 millimeter groot en plastic pellets van 4 tot 5 millimeter groot.

,,Het is de verwachting dat met name deze fracties in het ecosysteem blijven en daarmee een schadelijk effect kunnen hebben op verschillende organismes die deze plastics aan zien voor voedsel”, zegt Katja Philippart, vicevoorzitter Waddenacademie en projectleider.

Lopende meetprogramma’s

De Waddenacademie adviseert bij monitoring van de effecten van plastic uit de verloren containers zoveel mogelijk aan te sluiten bij al lopende meetprogramma’s.

Philippart: ,,In de Waddenzee lopen al diverse meetprogramma’s van bijvoorbeeld Het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en Wageningen Marine Research (WMR). Dankzij al deze verzamelde gegevens kan een vergelijking van de situatie direct voor en na het overboord gaan van de lading van MSC Zoe worden gemaakt. Deze gegevens kunnen vervolgens als basis dienen voor een langjarig meetprogramma naar de belasting van het zeemilieu en de mariene organismen.”

Onderzoeksprogramma

Naast monitoring is ook onderzoek nodig. Het advies van de Waddenacademie geeft aan dat het onderzoeksprogramma de meest prangende vragen met betrekking tot de bronnen, de verspreiding en de transformaties van afval, de aanwezigheid in het milieu en voedselweb, en de effecten op dit alles moet beantwoorden.

Ook wordt geadviseerd om aandacht te besteden aan diverse methodische aspecten. Het onderzoek naar de ecologische effecten van plastics is nog vrij recent, waardoor een deel van de benodigde methodieken nog niet goed ontwikkeld is.

De uitkomsten van het onderzoek kunnen ook indirecte effecten hebben op de leefbaarheid en de gezondheid van de mensen die in het gebied wonen of voor de vele toeristen die er komen. Er is daarom ook aandacht voor sociaal-culturele en economische aspecten.

Tenslotte dient het monitoring- en onderzoeksprogramma volgens de Waddenacademie zoveel mogelijk aan te sluiten bij lopende en nieuwe onderzoeks- en beheerinitiatieven in regionaal, Nederlands, trilateraal, Europees en internationaal verband.

Rijkswaterstaat Noord-Nederland

De Waddenacademie heeft haar advies vorige week aangeboden aan hoofdingenieur-directeur Erica Slump van Rijkswaterstaat Noord-Nederland. Rijkswaterstaat is als beheerder verantwoordelijk voor de natuur en waterkwaliteit in de Waddenzee.

,,Samen met onze partners gaan we nu zorgvuldig en stapsgewijs te werk om de langetermijneffecten van de plastics op het ecosysteem van de Waddenzee in kaart te brengen", zegt Slump.. ,,Het door de Waddenacademie uitgebrachte advies is hierin leidend."

,,De eerste stap is inmiddels gezet: het water, sediment en mariene organismen (zoals vogels) worden op dit moment gemonitord en geanalyseerd op het voorkomen van plastics. Ook analyseren we eerder genomen monsters uit 2018 om zo een goed beeld te krijgen van de situatie vlak voor het over boord gaan van de containers. Met deze analyse krijgen we een eerste inzicht in de omvang van het incident."

,,Op basis van de resultaten bepalen we welke extra maatregelen nodig zijn in het gebied en hoe we de langjarige monitoring en onderzoek verder vormgeven.”