Waddenacademie: spits onderzoek effecten MSC Zoe-ramp toe op microplastics

Het onderzoek naar en het volgen van de langetermijneffecten van de overboord geslagen lading van de MSC Zoe op de Waddenzee moet eerst gericht worden op microplastics en hun impact op het ecosysteem. Dat adviseert de Waddenacademie aan Rijkswaterstaat.

Voor het onderzoek gaat de Waddenacademie in het advies uit van microplastics van 100 nanometer tot 5 millimeter groot. Deze plastics komen voornamelijk voor als korrels van ongeveer 0,5 millimeter en pellets van 4 tot 5 millimeter groot.

Het onderzoek moet volgens de Waddenacademie antwoord geven op de belangrijkste vragen met betrekking tot de herkomst, verspreiding en de transformatie van het afval, de aanwezigheid in het milieu en voedselweb en de effecten daarop.

Lees ook: Berging Zoe in juli hervat, geduld minister raakt op

Bestaande meetprogramma's

Het kennisinstituut adviseert om zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij lopende meetprogramma’s van bijvoorbeeld het Wageningen Marine Research en Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee.

Met de gegevens die al zijn verzameld kan een vergelijking worden gemaakt van de situatie in de zee voor en na het verlies van de lading van de MSC Zoe. Die kan aan de basis staan van een langjarig meetprogramma naar de belasting van het zeemilieu en de organismen.

Leidend advies

Op basis van de eerste resultaten kan worden bepaald welke extra maatregelen nodig zijn in de Waddenzee en hoe het langdurige onderzoek en monitoring verder vormgegeven worden.

De Waddenacademie heeft het advies afgelopen week aangeboden aan hoofdingenieur-directeur Erica Slump van Rijkswaterstaat Noord-Nederland. Rijkswaterstaat is als beheerder verantwoordelijk voor de natuur en waterkwaliteit in de Waddenzee.

Het door de Waddenacademie uitgebrachte advies is volgens Slump leidend in het onderzoek.