Burgemeesters: ‘Problemen van platteland en stad raken elkaar’

Stad en platteland hebben elkaar nodig. Het was de overkoepelende boodschap maandagavond in de nieuwjaarstoespraken in zowel Leeuwarden als Beetsterzwaag.

De verwevenheid met het platteland is erg belangrijk voor de stad, benadrukte de Leeuwarder burgemeester Sybrand Buma in het Friestalige deel van zijn toespraak die hij hield in De Harmonie: ,,Want as der my yn de ôfrûne moannen ien ding dúdlik wurden is, is dat Ljouwert niks is sûnder syn omjouwing.’’

,,Problemen dy’t yn oare parten fan Fryslân spylje, geane ek ús hjir yn Ljouwert oan. Krimp, de diskusje oer it Fryske lânskip, de problemen dêr’t de boeren mei te krijen hawwe, dy reitsje ús ek.’’

<b>‘Stedelingen ontberen kennis’</b>

Maar stadsbewoners moeten die problemen wel kennen, merkte Ellen van Selm, burgemeester van Opsterland, op in haar speech in het gemeentehuis in Beetsterzwaag. ,,Inwoners in de steden ontberen nog veel kennis over het boerenbedrijf, de samenwerking tussen dorpen en de inspanningen om het landschap te behouden. Onze streek, Zuidoost-Fryslân, is een streek van verhalenvertellers, van iepenloftspullen, van toneel en muziek. Gebruik die vaardigheid om ook buiten eigen kring te vertellen over het platteland, over ons als boeren, burgers en buitenlui.”

,,Zonder platteland geen stad en zonder stad geen platteland’’, zei Van Selm. De provincie Fryslân heeft belang bij de landbouw, maar Leeuwarden zelf ook, benadrukte Buma: ,,De stad profiteert mee: met de grote zuivelsector, de meelfabrieken, en de vleesverwerking. VION laat zien dat ook de vleesvervangende industrie hier de toekomst heeft.’’

Jannewietske de Vries sprak juist over de mogelijkheden voor kleine kernen, wanneer zij de krachten bundelen. De burgemeester van Súdwest-Fryslân sprak in het nieuwe sportcentrum De Rolpeal in Workum, tussen de volleyballers en zwemmers. Om de vitaliteit van de uitgestrekte gemeente, bezaaid met dorpjes en steden, overeind te houden, ziet De Vries veel in de oprichting van coöperaties voor energietransitie en een toekomstbestendig landschap.

<b>‘Weer normaal gaan doen’</b>

Van Selm refereerde in haar toespraak ook aan de dood van de 16-jarige Roan Brilstra die op 22 december in Drachten werd neergestoken en een week later overleed. Een 14-jarige Drachtster en een 15-jarige uit Gorredijk zitten vast als verdachten. ,,Wat een machteloos gevoel geeft deze gebeurtenis’’, zei ze. ,,Hoe leren we ze om te praten in plaats van geweld te gebruiken?’’

Een thema dat ook terugkwam in de speech van de Harlinger burgemeester Roel Sluiter. Naar aanleiding van het fatale steekincident in Drachten riep hij ouders op de opvoeding van hun kinderen zo serieus te nemen dat ze niet met messen op straat gaan lopen. Ouders kunnen sowieso helpen om ervoor te zorgen dat mensen ,,weer normaal gaan doen.’‘ In je jeugd kun je domme dingen doen, maar het helpt als ouders leren dat je daarvoor excuses moet maken en het weer goed moet maken.

Dat zou volgens Sluiter ook een hoop schelen in de discussie rond het vuurwerkverbod. Want die discussie zou er volgens hem niet zijn als er geen mensen waren die er idioot mee omspringen. Voor een vuurwerkverbod pleitte hij echter niet in tegenstelling tot Bert Wassink zijn ambtgenoot op Terschelling. Hij maakte een koppeling tussen de ramp met het containerschip MSC Zoe, precies een jaar geleden, en het vuurwerk, waarvan de restanten voor een groot deel ook in de natuur blijven liggen. ,,Het is bizar dat in het vuurwerk de laatste jaren allemaal plastic verwerkt mag worden. Dat geeft milieuschade die voor mij vergelijkbaar is met de inhoud van de containers.” Wat Wassink betreft mag er een vuurwerkverbod komen.

<b>De wereld draait ‘hurder en hurder’</b>

Voor Johannes Kramer betekende zijn nieuwjaarstoespraak zijn eerste officiële plichtpleging als burgemeester van Noardeast-Fryslân. De nieuwjaarsreceptie vond direct na zijn installatie in de Grote Kerk in Dokkum plaats. Behalve een lofzang op ‘zijn’ nieuwe gemeente waagt Kramer zich ook aan de wereldpolitiek en maatschappelijke ontwikkelingen. Zo spreekt hij van een wereld die ,,hieltyd mar hurder en hurder’‘ draait. ,,En wat kin wij, jo en ik, deroan dwaan dat dizze wrâld net noch fierder út it lead begjint te rinnen?’‘

Kramer heeft desalniettemin vertrouwen: ,,wat der ek op ús ôf komt, wy rêde dermei!’‘