Brughoogte en waterdiepte week 2

De vraag van vorige week ging over het berekenen van brughoogtes (zie ook de site van de Dokkumer courant)

Brughoogtes en waterdieptes worden aangegeven t.o.v. het streefpeil (ook wel kanaalpeil of stuw peil)

Het kanaalpeil of streefpeil (het waterpeil dat de waterbeheerder nastreeft) is in de tekening voor de sluis NAP – 60 en na de sluis NAP – 40. Dit zijn de rode stippellijnen. Deze gegevens vindt u in de Almanak bij het betreffende vaarwater of kan telefonisch worden opgevraagd. Bijvoorbeeld voor het Dokkumer Grootdiep.

Dit betekent dat als er geen verhoging of verlaging is u in dit voorbeeld 20 cm moet opschutten.

De brughoogte is gegeven t.o.v. het kanaalpeil in decimeters (zie Almanakken en kaarten), en is hier 12 decimeter. Met een kruiphoogte van 1 meter zou u er gemakkelijk onderdoor. Kunnen varen.

Door opwaaien, bemaling of spuien is het waterpeil niet constant)

Je komt aanvaren en leest op de peilschaal voor de sluis dat de werkelijke waterstand NAP – 80 is. Je hebt gebeld met de sluiswachter en gehoord dat de werkelijke waterstand na de sluis NAP – 30 is.

Het water voor de sluis is dus 20 cm gezakt en het water na de sluis 10 cm gestegen. In werkelijkheid moet u dus nu 50 cm opschutten.

Omdat het water na de brug 10 cm is gestegen is de doorvaarthoogte nu geen 12 decimeter maar 11 decimeter. Je kunt er nog steeds onderdoor met een kruiphoogte van 1 meter, maar het wordt al krapper..

Een advies bij het oplossen van dit soort vragen is: maak altijd een tekening dan lost het zich vanzelf op.

Reageren naar john@wijsmetvaarbewijs of via www.wijsmetvaarbewijs.nl

Deze column vind je elke week terug op de site van de Nieuwe Dockumer Courant en de Kollumer Courant.