Oesterplagende boorworm aangetroffen in Waddenzee: slecht nieuws voor oesterkwekers

In de Waddenzee is een parasitaire worm opgedoken, die op den duur een plaag kan vormen voor oesters. In oktober 2014 ontstonden vermoedens dat de worm zich in de Waddenzee zou bevinden, die vermoedens zijn nu bevestigd.

De schelpenborende worm is bij Sylt, een waddeneiland vlakbij de Deense grens, en Texel aangetroffen, maar onderzoekers van het Duitse Alfred Wegener Institute (AWI) en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) verwachten dat de worm al veel wijder verspreid is, zo stellen ze in het wetenschappelijke tijdschrift Marine Biodiversity.

De worm, officieel de Polydora websteri genoemd, boort gaatjes in de schelp van oesters en veroorzaakt daarbij zwarte blaren. Het repareren van zijn schelp kost de oester veel energie, waardoor deze verzwakt raakt. Doorboorde oesters zijn daardoor in het wild kwetsbaarder als prooi voor bijvoorbeeld vogels en krabben. „Op de lange termijn kan dit zelfs een verschuiving veroorzaken in het ecosysteem”, zegt NIOZ-onderzoeker David Thieltges.

Voor vogels en krabben is de worm dus handig, maar oesterkwekers zijn er minder blij mee. Toch zijn het waarschijnlijk de oesterkwekers zelf geweest die de worm in eerste instantie hebben geïntroduceerd. Een groot deel van de zogenoemde ‘invasieve soorten’ komen namelijk via import van commerciële soorten en het vervoer van gekweekte individuen tussen verschillende kweeklocaties binnen. Als de oester internationaal wordt verplaatst, dan reist de worm onbedoeld als verstekeling mee.

De worm doet zich het liefst te goed aan de Japanse oester die wereldwijd wordt verhandeld en gekweekt. Nu de invasieve soort is geïntroduceerd kan hij zich verder verspreiden als larfje of bijvoorbeeld meeliften op scheepsrompen.

De onderzoekers nemen de komende tijd monsters in Nederlandse en Europese wateren om de herkomst en verspreiding van de worm in kaart te brengen. „We nog niet precies waar hij vandaan komt, maar wat we wel weten is dat hij hier is en dat hij zich waarschijnlijk zal blijven verspreiden”, aldus Thieltges.