Column John Coenders | Wijs met vaarbewijs

Oplopen en voorbijlopen wanneer wel en wanneer niet

Mijn eerste reactie is, niet doen. Waarom zou je, als recreatievaarder op vakantie? Aan de hekgolven die de oploper afhankelijk van rompvorm, diepte van het vaarwater en snelheid trekt lees je het te leveren vermogen af. Een groot schip voorbijlopen kost veel motorvermogen door de retourstroom van het grote schip. Daardoor duurt het voorbijlopen vaak onnodig lang.

Maar de vraag van vorige week ging over rechten en plichten bij het voorbijlopen.

In beginsel loopt de oploper voorbij aan de bakboordzijde van de opgelopene.

Het zeilschip in tekening 1 mag echter, indien er genoeg ruimte is aan de stuurboordzijde van de opgelopene voorbijvaren. (6.10 lid 1). In het volgende lid staat dat het zeilschip een ander zeilschip zo mogelijk aan loef voorbij moet lopen. Het hoeft dus niet. Maar aan loef gaat het voorbijlopen sneller. In tekening 2 mag de motorboot aan bakboord voorbijlopen. Het vrachtschip in tekening 3 mag voorbijlopen als het voorbijvarende zeilschip niet plotseling van koers of snelheid hoeft te veranderen. Het zeilschip vaart aan zijn stuurboordwal en heeft voorrang op grond van artikel 6.04 (het schip dat niet aan stuurboordzijde vaart verleent voorrang). Dus oplopers verlenen altijd voorrang en mogen alleen voorbijlopen als “dat zonder gevaar voor andere schepen (ook kleine) kan geschieden”. Alle schepen die worden opgelopen verlenen medewerking, vergemakkelijken het voorbijlopen en minderen zonodig snelheid.

De opgelopen schepen in tekening 1 en 2 zouden het voorbijlopen makkelijker kunnen maken door wat meer aan hun stuurboordwal te gaan varen. (achteruitkijkspiegel) De kleine motorboot in tekening 3 moet oppassen dat het niet op de wal wordt gezet in de retourstroom van het grote schip en voldoende vrijvaren als het grote schip bijna voorbij is gevaren.

Reageren via www.wijsmetvaarbewijs.nl