Veelbesproken staluitbreiding Feanwâldsterwâl opnieuw naar de rechter

De voorzieningenrechter vindt de zaak over een staluitbreiding in Feanwaldsterwal te complex en verwijst hem door naar de meervoudige kamer.

De vergunning voor het bouwen van een nieuwe stal in Feanwâldsterwâl moet nog eens zes weken in de ijskast. Dat heeft de voorzieningenrechter bepaald, die de zaak dusdanig complex vindt dat hij is doorverwezen naar de meervoudige kamer.

Veehouder Pieter van der Weg wil al sinds 2015 een nieuwe stal op zijn erf waar hij 200 koeien en 140 stuks jongvee in kwijt kan. Omwonenden vrezen evenwel geuroverlast. De nieuwe stal zou te dicht op hun woningen worden gebouwd. Het lukte de omwonenden om de vergunning uit 2017 via de rechter te laten vernietigen, een zet die de Raad van State eerder dit jaar goedkeurde.

De gemeente verleende dit jaar een nieuwe vergunning en paste ook het geurbeleid aan. Dat zou boeren toestaan om dichter bij woningen te bouwen. Volgens wethouder Gerben Wiersma verandert er evenwel niets,en hadden de boeren die ruimte voorheen ook al. De verordening moest gerepareerd worden vanwege een gerechtelijke uitspraak uit 2009, die bepaalde dat gebieden die voorheen tot buitengebied werden gerekend ineens als bebouwde kom moeten worden gezien.

Omwonenden vinden nu dat de procedure over moet omdat bouwplannen zijn gewijzigd. Zo zou de geluidsoverlast van de nieuwe stalvloer opnieuw bepaald moeten worden.

De voorzieningenrechter twijfelt of het dit jaar vastgestelde geurbeleid wel leidend moet zijn. Ook bepalingen uit het vorige beleid (uit 2008) zouden moeten kunnen gelden. Ook wikte de rechter over de geuruitstoot en de grondgebondenheid. Een besluit nu zou zeer ingrijpende gevolgen kunnen hebben, waardoor de rechter de zaak naar de meervoudige kamer verwijst.