Waarop is het broedsucces van kieviten groter: grasland of braakstroken? In de Noardlike Fryske Wâlden wordt het onderzocht

Op verschillende locaties rond Oentsjerk, Kollum, Driezum, Lekkum en de Wynserpolder wordt van april tot en met juni onderzocht welk effect het voor kieviten heeft als een boer stroken grasland bewerkt tot ruige, zwarte braakstroken.

Kunnen kievitkuikens in die braakstroken bijvoorbeeld meer insecten vinden? En worden er meer kuikens groot op deze stroken? Bureau Altenburg en Wymenga onderzoekt het in opdracht van vereniging Noardlike Fryske Wâlden.

Normaal gesproken eten kievitkuikens vooral insecten die op de bodem leven, daarom gaan de onderzoekers met zogenoemde potvallen wekelijks het aantal insecten op de braakstrook en het nabijgelegen grasland meten. Om vervolgens in kaart te brengen of kievitfamilies daadwerkelijk gebruik maken van de braakstroken, is een aantal volwassen kieviten uitgerust met een gps-zender. Ook wordt het aantal alarmerende kieviten op percelen met én zonder braakstrook geteld.

Uit dit onderzoek moet blijken of de aanleg van braakstroken extra bijdraagt om het broedsucces te vergroten. Dit onderzoek wordt mede gefinancierd door de provincie Fryslân.