Nieuwe plek voor oude burgemeesterspaal

DOKKUM - Het restant van de beroemde burgemeesterspaal uit Dokkum die ooit op de Markt in Dokkum stond, wordt binnenkort verplaatst. Op dit moment staat een restant van de paal op de hoek van de Hanspoort en het Parksterbolwerk. De paal komt te staan bij de nieuwe straat - de 'Boargemaster Jonkerstrjitte' - die in de Fonteinslanden wordt gerealiseerd. Jonker was 35 jaar lang burgemeester in de stad en was de eerste die Dokkum buiten de bolwerken uitbreidde. Van de bevolking kreeg burgemeester Jonker een monument met inscriptie op de Markt aangeboden. Het betrof een acht meter hoge zuil met daar boven op een ‘lichtbron met een sterkte van 3.200 kaarsen’, die ook wel burgemeesterpaal werd genoemd. In 1977 werd de zuil afgebroken.

Het college van B&W in Dongeradeel heeft onlangs besloten om de nieuwste straat in de stad naar Jonker te noemen. De straat komt haaks op de Gossestrjitte te liggen en verbindt de Burgemeester de Vriesstraat met de A.J. Wolterstraat. Woningcorporatie Thús Wonen en bouwbedrijf Jellema uit Dokkum zijn op dit moment druk bezig met de bouw van 26 nieuwe woningen in de Fonteinslanden in Dokkum. Het gaat om 20 huurwoningen en 6 koopwoningen die in de Fonteinshof in de Fonteinslanden zullen worden gerealiseerd. Albertus Jonker (geboren op 31 juli 1878 in Appingedam en overleden op 15 oktober 1954 in Dokkum) werd per 14 april 1910 burgemeester van Dokkum. Hij bleef dat tot en met 1945, hoewel hij per 15 april 1945 wel zijn werkzaamheden als burgemeester moest staken. Hij kreeg op 1 januari 1946 eervol ontslag. De bouw van de Bonifatiuskapel en de aanleg van het Bonifatiuspark werd ook in zijn ambtsperiode gerealiseerd, evenals de aanleg van de begraafplaats aan het Damwâldsterreedsje. Burgemeester Jonker was ook burgemeester gedurende de gehele bezettingsperiode. Hij kon in 1943 met pensioen, heeft ook ontslag aangevraagd, maar om (nog) onduidelijke redenen bleef hij in functie. In zijn functie als burgemeester werd hij door de Duitsers gedwongen de executie van de twintig mannen op 22 januari 1945 bij te wonen en moest hij naderhand de families inlichten en alles regelen tot de uiteindelijke gezamenlijke begrafenis aan het Damwâldsterreedsje een paar dagen later.