Vernatting veengebieden stopt bodemdaling

Damwâld

Op donderdag 29 november worden vanuit het programma Better Wetter drie Eindrapporten aangeboden aan de wethouder Kees Wielstra van de gemeente Dantumadiel en aan de stuurgroep Better Wetter. Dit zijn het RAAK-rapport van Hogeschool Van Hall-Larenstein, het projectplan rietelementen van Wetterskip Fryslân en Better Wetter Fase 1.

RAAK-rapport Van Hall Larenstein: vernatting biedt perspectieven

Het rapport beschrijft de resultaten van een onderzoeksproject waarin nieuwe, klimaatbestendige vormen van waterbeheer zijn verkend. Als onderdeel van het Programma Better Wetter, is onder leiding van Hogeschool Van Hall Larenstein ruim twee jaar onderzoek uitgevoerd. Er zijn verschillende mogelijkheden verkend die bijdragen aan verduurzaming van het watersysteem van het veenweidegebied van Noordoost Fryslân.

Het blijkt dat vernatting van veengebieden perspectieven biedt voor klimaatadaptatie. Dit kan door het opvangen van overmatige neerslag en het vasthouden van water. Op die manier wordt verdroging tegengegaan, wordt veenoxidatie en bodemdaling gestopt en wordt de waterkwaliteit verbeterd. In het project werkten acht opleidingen van HBO, MBO en universiteit samen met wetterskip, gemeenten, natuurorganisaties, agrariërs en andere ondernemers. Het onderzoek biedt waterbeheerders, planologen, natuurbeheerders en andere betrokken professionals inzicht in de mogelijkheden en gevolgen van nieuwe, meer klimaatbestendige vormen van waterbeheer.

Onderzoeksrapport Alternatieve Rietelementen

Van oudsher werden de Friese wateren vrijwel overal omzoomd door riet en andere oeverbeplanting, en waren dus zeer beeldbepalend voor het landschap. Als gevolg van vooral het vaste waterpeil zijn de oevervegetaties op veel plaatsen verdwenen of vervangen door harde oeverbeschoeiingen.

Door het verdwijnen van rietkragen als gevolg van golfslag, is op veel plaatsen de afgelopen jaren een harde oeververdediging aangebracht. Deze oeververdediging bestaat vaak uit stortsteen of een walbeschoeiing van hardhout. Veel van de huidige vormen van oeververdediging bieden geen of weinig ruimte voor ecologische waarden en functies. Op een aantal testlocaties zijn daarom rietelementen aangelegd en werden de ontwikkelingen gevolgd.

Rapport Better Wetter Fase 1

Better Wetter wil bijdragen aan het op gang brengen van een ontwikkeling naar een veenweidegebied in Fryslân met een duurzaam en toekomstbestendig waterbeheer, dat kansen biedt aan sociaaleconomische ontwikkeling in de regio.

Vroeger waren overstromingen in het lage deel van Nederland eerder regel dan uitzondering. Ook in Fryslân was sprake van grote overstromingsgebieden. Onregelmatige overstromingen kwamen voor tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Dergelijke leverden vruchtbare grond.

Om die vruchtbare grond te benutten heeft Nederland een lange geschiedenis van waterbeheer en landbouwkundige ontwikkeling. Overstromingen zijn al lang verleden tijd en via een ingenieus systeem van polders en bemaling wordt het land tegenwoordig ontwaterd. Op deze manier is in Nederland een zeer productieve landbouw ontwikkeld. Deze vorm van waterbeheer betekent echter een sterke afname van de natuurlijke capaciteit om piekbelasting op de boezem bij overvloedige regenval op te vangen. Klimaatgerelateerde problemen zoals wateroverlast bij hevige regenval en extreme droogte worden versterkt bij afwezigheid van hoogwaterzones die als buffer kunnen werken. In fase l zijn binnen een aantal voorstellen opgeleverd om die in fase twee verder nader uit te werken.

Samenwerkende partijen in Better Wetter

Het programma ‘Better Wetter’ is een verzamelnaam van allerhande verschillende projecten om dit doel te bereiken. De partijen die hierin samenwerken zijn Gemeente Dantumadiel, Wetterskip Fryslân, de Friese Milieufederatie, Vereniging Noardlike Fryske Wâlden, Nordwin College, Hogeschool Van Hall Larenstein, It Fryske Gea, Staatsbosbeheer en Ondernemersfederatie Noordoost Fryslân. Binnen het programma Better Wetter zijn verschillende deelprojecten onderscheiden,bijvoorbeeld de ´Natte teelten´(Paludicultuur) en ´Veenmarktplaats´.